arrow_drop_up arrow_drop_down
Limburgse Stroop - Gebroeders Bleus

Limburgse Stroop - Gebroeders Bleus

Toen de vier broers Raf, Gert, Tom en Kim Bleus in 2007 de oude stoomstroopfabriek Wijnants-Groenendaels in het centrum van Borgloon heropstartten, wisten ze hoegenaamd niet dat dit het begin zou worden van een grote hype. In 2008 won de fabriek namelijk met de steun van de hele provincie Limburg de eerste Monumentenstrijd in Vlaanderen. Sindsdien is deze prachtige industriële site uitgegroeid tot een van de meest bezochte toeristische trekpleisters van Haspengouw. Het betekende ook de start van een ongekende opleving van de Loonse stroop.

“De oude stoomstroopfabriek stond al ruim dertig jaar te verkommeren”, vertelt raf Bleus. “Het was een van de bijna 100 stroopfabrieken in de omgeving van Borgloon. Vroeger kenden de mensen uit de streek niets anders dan stroop: het was het eten van de werkmens. Elke boer had wel een koperen ketel om stroop in te koken. Soms werd die zo hard ingekookt dat het een harde blok werd waarvan je de stroop kon afsnijden. Later zijn er echte industriële stoomstokerijen ontstaan die enorme hoeveelheden fruit verwerkten. Omdat de levensstandaard verhoogde en de mensen zich meer konden veroorloven dan stroop is de markt ingestort en werden de fabrieken één voor één gesloten.”

In de stroopfabriek is vandaag alles aanwezig om op een ambachtelijke manier stroop te maken. De broers Bleus en hun vader hebben een gedeelte van het machinepark terug in gebruik genomen om de echte Loonse stroop, gemaakt in Borgloon, te produceren. Dat zijn de traditionele peer- en appelstroop maar ook de gemengde stroop met suikerbieten. “Die stroop wordt nergens anders in Vlaanderen nog gemaakt”, zegt raf Bleus. “We baseren ons op een recept dat ruim honderd jaar oud is. Aan onze appel- en perenstroop voegen we op het laatste moment nog een suikerbietenstroop toe. Hierdoor krijgt deze stroop een sterk gekaramelliseerde smaak.”

De vier broers vormen al de zesde generatie van een oud geslacht van stroopstokers. Hun werd de stroopmicrobe met de paplepel ingegeven. “Stroop maken is een zeer intensieve arbeid die van de stroopmaker een voortdurende waakzaamheid vraagt”, zegt raf. “Ik leer het vak al drie jaar van mijn vader en ik steek nog elke dag iets op. Ik gebruik al een meetinstrument om de dikte van de stroop te meten maar mijn vader schept met een pollepel nog stroop op en kijkt hoe deze over de lepel loopt.”


Limburgse Stroop - Gebroeders Bleus